De opbouw van de ballon.
Wat overkomt me allemaal als ik een keer een vaart boek?
Het is een veelgestelde vraag. Daarom laat ik op deze pagina zien wat de gang van zaken is bij een reguliere passagiersvaart.
Klik op de foto's voor een vergroting..
De passagiers melden zich op het verzamelpunt. We gebruiken momenteel twee locaties hiervoor. Meestal is dit bij het tankstation aan het Paadje bij het klooster in Nieuwe Niedorp en bij wind uit het noord-oosten bij de oostelijke rotonde van Middenmeer. Op het verzamelpunt wordt ook bepaald waar we gaan opstijgen. Dit is afhankelijk van de heersende windrichting en windsnelheid.
Vanuit dit verzamelpunt rijden de passagiers mee in de ballonauto's naar het startveld. We gebruiken bekende startvelden in Middenmeer, Barsingerhorn, Schagen, Abbekerk, Winkel, Warmenhuizen, Schoorl, Bergen, Hoorn en Alkmaar. Het startveld wordt zodanig gekozen dat we varen in de richting van het verzamelpunt van die dag.
Familie en kennissen die het geheel willen volgen moeten met eigen vervoer mee rijden. Als de ballon eenmaal in de lucht is kunnen de volgauto's het beste achter de ballonauto's aan rijden. De crew heeft radiocontact met de ballon en probeert altijd bij de landing aanwezig te zijn.
Het begint met een kale mand.
Op het startveld wordt de ballon uitgeladen. Allereerst worden de gasflessen uitgeladen. Deze staan altijd achterin de trailer zodat ze makkelijk en vooral veilig gevuld kunnen worden voor de volgende vaart.
De mand moet opgebouwd worden met gasflessen, een brander en apparatuur zoals radio en navigatie middelen. Daarop wordt de mand plat neer gelegd om de ballon aan te kunnen koppelen.
Het uitlopen van de ballon.
De ballon wordt in een grote plunjebaal vervoerd. De opening van de ballon komt het eerst uit de ballontas en wordt aan het branderframe bevestigd waarna de rest van de ballon met behulp van de passagiers uitgelopen wordt. Vanaf dat moment wordt duidelijk hoe groot een ballon eigenlijk is. Bij de grotere ballonnen laten we de tas ook wel in de trailer liggen. De ballon wordt dan aan de mand gekoppeld waarna we met een kalm gangetje bij de ballon vandaan rijden waardoor de ballon eveneens uitgelopen wordt. Dit is duidelijk minder arbeidsintensief maar minder leuk voor de passagiers die het vaak erg op prijs stellen om een handje mee te helpen. De lege ballontas wordt tot een klein pakketje opgerold en aan de achterkant van de mand opgehangen. Na de landing kan de ballon direct weer ingepakt worden ook als de crew nog niet bij de ballon aanwezig is.
De ballon wordt nu gedeeltelijk zijwaarts uitgetrokken. Daarna wordt twee passagiers gevraagd de opening van de ballon open te houden en wordt de ventilator gestart.
Het vullen met koude lucht.
De ventilator vult de ballon met koude lucht. Als de ballon niet geheel uitgevouwen is zorgt de ventilator er wel voor middels de toenemende luchtdruk in de ballon. Het grote voordeel van deze methode is dat er niet aan de stof van de ballon getrokken wordt. Dit komt de levensduur van de ballon ten goede vooral als de ballon enigszins gedraaid uit de tas is gekomen. Als de ballon redelijk gevuld is, is er weinig inspanning nodig om de ballon open te houden.
De parachute.
Boven in de ballon bevindt zich de parachute. Door tijdens de vaart de parachute gedeeltelijk open te trekken kan de piloot warme lucht laten ontsnappen en daarmee de hoogte beïnvloeden. Tijdens het vullen met koude lucht wordt de parachute met klittenband op zijn plaats gebracht. Als we dit niet doen ben je niet in staat om de ballon te vullen met lucht. Is de ballon eenmaal overeind en op temperatuur dan wordt de parachute door de piloot uit het klittenband losgetrokken en gecontroleerd op correcte werking. En dat houdt in dat er geen enkele belemmering mag zijn in het bedienen van de parachute. De overdruk in de ballon houdt de parachute op zijn plaats.
Het opwarmen van de ballon.
Zodra de ballon genoeg overdruk heeft kan de wind geen vat meer krijgen op de bolle flank van de ballon en glijdt de lucht langs de ballon. Vanaf dat moment is de ballon ook stabiel.

